Iedereen die op het slaaplabo komt, krijgt een persoonlijk onderzoeksschema. Volgende onderzoeken kunnen voorkomen:

 

Wennacht

Indien men 2 nachten komt slapen, wordt er tijdens de eerste nacht niet geregistreerd. Men komt wennen aan het bed, de matras en de nieuwe omgeving.

 

Registratienacht

De elektrische hersenactiviteit wordt gemeten met behulp van een 10-tal elektroden, die op de hoofdhuid worden aangebracht.

Een elektrode bestaat uit een klein plaatje, dat door middel van een draad met de opnameapparatuur is verbonden. Als de elektroden bevestigd zijn, worden ze achter aan het hoofd samen gebonden, zodanig dat men er tijdens het slapen geen hinder van ondervindt.

 

Volgende parameters worden eveneens geregistreerd:

  • neus-, borst- en buikademhaling,
  • hartslag,
  • zuurstof in het bloed,
  • oogbewegingen,
  • spierspanning,
  • mogelijke beenbewegingen.

 

Voor deze metingen wordt een sensorbox rond het lichaam aangebracht. De apparatuur belemmert het slaapgedrag minimaal.

 

M.S.L.T.(Multiple Sleep Latency Test)

Deze test meet de slaperigheid overdag. Er wordt gevraagd om op vaste tijdstippen overdag te gaan rusten.
De kamer wordt verduisterd en men wordt zoals ’s nachts aan het E.E.G.-apparaat aangesloten. Na 20 minuten wordt men gewekt.

 

Vragenlijsten

Bij opname op het slaaplabo krijgt men verschillende vragenlijsten om in te vullen. Deze hebben betrekking op bijvoorbeeld de slaaphygiëne en slaapbeleving.

 

In sommige gevallen heeft de slaapstoornis een dieperliggende psychische oorzaak of wordt ze omwille van belastende emotionele componenten versterkt of in stand gehouden. Indien men een vragenlijst invult die peilt naar het emotioneel/psychische volgt steeds een gesprek met de psychologe.

 

Gesprekken

Aanvullend op de vragenlijsten kan er een gesprek volgen bij de psychologe.