De observatie- en onderzoeksfase duurt 2 tot 3 weken. Na een 3-tal weken worden alle resultaten samengevoegd en besproken.
Op basis hiervan wordt een diagnose gesteld en een advies voor behandeling geformuleerd.


Een revalidatieperiode duurt gemiddeld 3 maanden. Daarna worden de cognitieve functies opnieuw geëvalueerd. De medische, motorische, psychologische e.a. controleonderzoeken worden hieraan gekoppeld. Vanuit de resultaten wordt een nieuw (behandel-)advies geformuleerd.
Zolang de vooruitgang betekenisvol is, blijft het aangewezen om de revalidatie verder te zetten.


Hoe de revalidatie juist verloopt, is verschillend voor ieder individu. Sommige therapieën zijn voor iedereen, anderen niet. Bij aanvang krijgt de revalidant een individueel bepaald therapieplan. Na verloop van tijd, afhankelijk van de evolutie, kan dat veranderen.


Het revalidatieprogramma kan bestaan uit een aanbod van volgende therapieën:


De verpleegkundigen vormen door hun permanente aanwezigheid een belangrijke schakel tussen de patiënt en zijn familie enerzijds en het team anderzijds. Naast de traditioneel verpleegkundige taken staan zij in voor een vlot verloop van de dagelijkse activiteiten. Ze begeleiden de patiënt verder in het opvolgen van zijn revalidatieschema.