De logopedische revalidatie situeert zich op verschillende niveaus en bestaat uit een waaier aan therapievormen.

1. Stoornisgericht

De patiënt en therapeut pakken tijdens de revalidatie de stoornis zelf aan. Dit gebeurt zowel mondeling als schriftelijk, zowel met potlood en papier als op de computer.

Therapiedoelen kunnen zijn:

  • Communicatie (cognitief communicatieve tekorten): een tekst samenvatten en er een passende titel bij bedenken.
  • Taal (afasie): bij een omschrijving een juist woord vinden; verbaal gegeven opdrachten correct uitvoeren, een reeks woorden lezen binnen een bepaalde categorie, onregelmatig gespelde woorden opschrijven.
  • Spraak (dysartrie, verbale apraxie): tong- en lipoefeningen uitvoeren, zo overdreven mogelijk articuleren, met zo min mogelijk inspanning een zo groot mogelijk ademvolume hebben.
  • Stem (dysfonie): bewust worden van foutief stemgebruik (bijvoorbeeld vaak kuchen), correcte lichaamshouding hanteren.
  • Slikken (dysfagie): voedsel veilig kunnen wegslikken.

2. Hulp- en compensatiestrategieën

Tijdens de therapie gaat veel aandacht naar het aanleren van hulp- of compensatiestrategieën.

Therapiedoelstellingen kunnen zijn:

  • Communicatie: voor men een gesprek met iemand aanknoopt, eerst een aantal kernwoorden/kapstokken opschrijven waarrond het gesprek opgebouwd kan worden.
  • Taal: met patiënt en familie wordt een gespreksboek met kernwoorden en pictogrammen opgesteld, om zich beter begrijpbaar te kunnen maken.
  • Spraak: met behulp van een metronoom leert de patiënt zich bewust worden van zijn spreektempo, om zo trager te spreken.
  • Stem: een patiënt luider leren spreken met behulp van een decibelmeter zodat de omgeving hem beter verstaat.
  • Slikken: dranken worden ingedikt en afgekoeld zodat het eenvoudiger wordt om het correct en veilig door te slikken. 

3. Functioneel

De therapie richt zich niet enkel naar een één-op-één situatie binnen een gesloten therapielokaal. Er wordt samen met de patiënt naar buiten gegaan, om zo functioneel mogelijk te werk te gaan.

Therapiedoelstellingen kunnen zijn:

  • Communicatie: tijdens de communicatiegroep leert de patiënt o.a. zijn mening onderbouwd weer te geven en open te staan voor de mening van anderen.
  • Taal: inkopen doen voor de maaltijd. De patiënt tracht zelf de juiste bestelling door te geven aan bijvoorbeeld de slager.
  • Spraak: tijdens een groepsgesprek kan men zich voldoende verstaanbaar maken.
  • Stem: de patiënt maakt telefonische afspraken, bijvoorbeeld bij de kapper.
  • Slikken: de patiënt eet niet alleen op de kamer, maar samen met de andere revalidanten.

4. Sociale luik

Naast de persoon met een NAH zelf, hebben we ook aandacht voor de omgeving.
Zo trachten we bijvoorbeeld familieleden grondig in te lichten over de noden/beperkingen van de patiënt en hen actief te betrekken bij de therapie.