Tijdens de ergotherapie kunnen volgende aspecten aan bod komen:

 

  1. Fijnmotorische en schijfmotorische vaardigheden
    • Het verbeteren van de motoriek van de bovenste ledematen staat centraal. Zowel de kracht, hand-handcoördinatie, oog-handcoördinatie, precisie en snelheid van beide handen als de belangrijkste handgrepen worden geoefend.
    • Gerichte schrijftraining is een tweede belangrijk aspect. Aandacht wordt besteed aan het correct uitvoeren van de schrijfbeweging en ook het schrijfproduct zelf van belang.

 

  1. Visueel-ruimtelijke vaardigheden

Met behulp van blokstructuren, tangrammen, constructiemateriaal, puzzels e.d. wordt er gewerkt op de 2- en 3-dimensionele visuoconstructie, de planning in de ruimte, oriëntatie in spiegelbeeld, ruimtelijk inzicht.

 

Activiteiten van het dagelijks leven (ADL)

Via strategietraining leert men dagelijkse vaardigheden aan zodat de patiënt zo zelfstandig mogelijk kan functioneren. Voorbeelden zijn winkelen, koken, gsm gebruik, strijken, internet, geldzaken en klok lezen. Indien het zelfstandig uitvoeren van deze activiteiten niet meer lukt, worden er externe hulpmiddelen en/of schema's aangeboden om de patiënt te ondersteunen.