Epilepsie is in principe niet te genezen. De aanvallen kunnen tegenwoordig meestal wel effectief met medicijnen onderdrukt worden.

 

Anti-epileptica stabiliseren de elektrische activiteit van de neuronen die verantwoordelijk zijn voor de epileptische verschijnselen.

 

Sommige mensen kunnen hun ziekte onder controle houden met één anti-epilepticum, terwijl anderen nood zullen hebben aan een combinatie van twee of drie geneesmiddelen. Bij de keuze van de geneesmiddelen laat de arts zich leiden door het type aanvallen en het specifieke werkingsmechanisme van de medicatie.


De zoektocht naar de juiste combinatie én dosering van de anti-epileptica kan soms lang duren. Dit wordt meebepaald door bijvoorbeeld de uitwerking en de bijwerkingen van de medicijnen op de patiënt. Vaak voorkomende neveneffecten zijn: misselijkheid, duizeligheid en vermoeidheid.

Indien ernstige bijwerkingen optreden zal gezocht worden naar een andere behandeling.

 

Patiënten die niet goed op medicatie reageren, kunnen soms geholpen worden door een nervus vagus stimulator. Het is een soort pacemaker die onderhuids wordt aangebracht t.h.v. het sleutelbeen (geen hersenchirurgie), en die door de stimulatie van een hersenzenuw de epileptische activiteiten in de hersenen onderdrukt.

 

Omdat epilepsie een invloed heeft op verschillende domeinen van het dagdagelijks leven, kunnen sommige patiënten ook baat hebben bij psychologische begeleiding. Verder kan zowel patiënt al familie een beroep doen op onze sociale dienst.